Franse Revolutie Lodewijk XVI

De koninklijke familie werd, na 24 uur op vrije voeten, in het plaatsje Varennes opgepakt. Lodewijk XVI was gekleed als bediende, de kroonprins droeg een jurk.

Franse Revolutie dwong Lodewijk XVI tot onmogelijke vlucht
Na twee jaar huisarrest in Parijs heeft de koning van Frankrijk er genoeg van. Hij wil de stad uit en weer aan de macht komen. De vlucht van Lodewijk XVI wordt georganiseerd door een Zweedse graaf die de minnaar is van zijn vrouw, koningin Marie Antoinette.


Frankrijk/1791.
De revolutie is aan de gang. De burgerij eist politieke invloed, de armen willen lagere voedselprijzen en de adel strijdt voor zijn privileges. Lodewijk XVI grijpt niet in, bang voor bloedvergieten en een burgeroorlog. Toen de Nationale Vergadering twee jaar daarvoor al de macht overnam, deed hij ook niets.

Het is zeven uur ’s ochtends als de kamerheer de koninklijke vertrekken binnenkomt om Lodewijk XVI te wekken. Wanneer de kamerheer de gordijnen rond het bed van de Franse koning opentrekt, ontdekt hij dat de koning verdwenen is. Hij haast zich naar de zesjarige kroonprins Lodewijk Karel. Ook die ligt niet in zijn bed. Tegelijkertijd wil de hofdame koningin Marie Antoinette wekken.
Maar ook haar bed is leeg.
‘Ze zijn weg! Ze zijn weg!’, klinkt het in het Palais des Tuileries in hartje Parijs, dat twee jaar lang het ballingsoord van de koninklijke familie was.
De koning leefde er vrijwel onder huisarrest, beroofd van zijn macht. Zijn enige taak was het ondertekenen van de wetten die het nieuwe bewind, de Nationale Vergadering, had voorgekauwd.

Maar nu is Lodewijk weg – gevlucht met de koningin en hun kinderen, prinses Marie Thérèse en kroonprins Lodewijk Karel.
De noodklok wordt geluid en een vloekende en tierende menigte verdringt zich voor het paleis. Tegen elven stuurt de Nationale Vergadering er verkenners op uit om de koninklijke vluchtelingen op te sporen. Die zitten op hetzelfde moment in een chique rijtuig, op 100 kilometer van Parijs.

Ze zijn vol goede moed. ‘Het loopt op rolletjes. We waren anders allang tegengehouden,’ meent de koningin, die als dienstmeid vermomd is.
Ze zijn nog ver van hun doel – de koningsgezinde garnizoensstad Montmédy, aan de grens met de Oostenrijkse Nederlanden (het huidige België) – maar het vluchtplan van de Zweedse graaf Von Fersen lijkt te slagen.
Verliefde graaf.
Graaf Axel von Fersen, ooit bestempeld als de mooiste man van Europa, is een donjuan met talloze veroveringen op zijn naam. Maar als hij in 1783 in Parijs Marie Antoinette ontmoet, valt hij als een blok voor haar.
Vanaf het moment dat zij en de koning noodgedwongen in het Palais des Tuileries wonen, laat hij geen kans voorbijgaan om de ongelukkige koningin, die door het Franse volk wordt veracht, stiekem te bezoeken en een hart onder de riem te steken. ‘Ze is een engel van goedheid, heroïsch in al haar gevoeligheid. Ik ben nog nooit zo verliefd geweest,’ schrijft hij zijn zus Sophie in Zweden verrukt. Samen met het regentenpaar werkt Von Fersen een vluchtplan uit om Lodewijk veilig in Montmédy te krijgen. Hier kan de koning een leger verzamelen om de revolutionairen in Parijs te verslaan. Als eerste koopt Von Fersen een comfortabele koets met plaats voor zes personen. Officieel koopt een zekere ‘barones de Korff’ de koets, zogenaamd voor een reis naar Rusland.
Dat was niet zo gek, want destijds maakten aristocraten vaak lange reizen door Europa. Daarna plant Von Fersen de rest van de tocht: voor de rit naar Montmédy heeft de koets op gezette tijden verse paarden nodig. Hij maakt daartoe afspraken met 12 pleisterplaatsen. Onderweg zal Lodewijk worden begeleid door loyale soldaten die van alles op de hoogte worden gebracht.

Hoewel het in het kasteel wemelde van de spionnen en de vlucht veel mankracht vereiste, slaagde graaf Von Fersen erin het plan geheim te houden.

Vertrek om middernacht

De voorbereidingen moeten in het geheim plaatsvinden, want de revolutionairen hebben spionnen onder de 100 hovelingen. Steeds stelt de weifelende koning zijn vlucht uit, en telkens moeten de vele pleisterplaatsen en helpers worden bericht. Uiteindelijk staat de datum vast: de nacht van 21 juni 1791.
Kort voor middernacht wekt de koningin de kinderen. De kroonprins heeft er de smoor in als hij ontdekt dat hij meisjeskleren aan moet. Even later komt Axel von Fersen aan bij het paleis, verkleed als koetsier. Hij leidt de kinderen en hun gouvernante naar de koets. De gouvernante van de kinderen speelt de rol van barones de Korff, en de koning die van haar lakei. In groene livrei loopt hij zachtjes door het donkere kasteel. Op de begane grond treft hij twee loyale lijfwachten die zich in een kast hadden verstopt. Ze brengen de koning naar Von Fersens rijtuig, waar ook de zus van de koning, Elisabeth, wacht. Als laatste vertrekt Marie Antoinette. Als ze een wachter ziet, verstopt ze zich tot de kust weer veilig is. Daarna gaat ze op zoek naar de gardeofficier die haar uit het paleis zal leiden. Met een uur vertraging zijn alle zes de vluchtelingen verzameld. Von Fersen brengt hen de stad uit naar de plaats waar de koets verborgen is. Ongezien stappen ze allemaal in.
Bij de pleisterplaats in Bondy, op 20 kilometer van Parijs, wisselen ze voor de eerste keer van paarden. Hier is Von Fersen – zeer tegen zijn zin – gedwongen afscheid te nemen van de koningin.
Hij had haar graag de hele reis vergezeld, maar dat is de eer van de koning te na: gered worden door de minnaar van zijn echtgenote, dat gaat echt te ver.
‘Vaarwel, Madame de Korff,’ roept Von Fersen demonstratief ten afscheid, zodat iedereen het goed kan horen. ’s Nachts glipt hij de grens over, terwijl de koninklijke koets in de problemen komt. De wegen zijn slecht en in het donker struikelen de paarden vaak. Daardoor gaat het tuig stuk en moet het telkens worden gerepareerd. Door het oponthoud denken de soldaten van de escorte die verderop klaarstaat, dat de ontsnapping alweer is uitgesteld. Ze vertrekken om de ‘echte’ vlucht elders af te wachten. Zonder hun bescherming gaat Lodewijk zijn noodlot tegemoet.

Koning wordt herkend

Hier en daar trekt het voorname rijtuig de aandacht, maar hoe verder van Parijs hij komt, hoe minder nauw Lodewijk het met de veiligheid neemt. In Fromentières stapt hij zelfs uit en maakt een praatje met wat boeren. De anderen in de koets zijn ontzet, maar de koning zegt simpelweg: ‘Ach, het maakt niet uit. We zijn nu toch buiten gevaar.’
Rond 20.00 uur bereiken ze Sainte-Menehould. De postmeester hier, Jean Baptiste Drouet, is een fervent revolutionair. Hij meent iets bekends te zien aan de lakei in de koets – het volle gezicht, de brede kin, de grote neus. Het profiel van de koning staat op de Franse munten en Drouet vermoedt dat de lakei Lodewijk XVI is. Even later hoort hij van een koerier uit Parijs dat de koning is ontsnapt. Drouet zet spoorslags de achtervolging in. Tegen middernacht rijdt de koets het stadje Varennes in. Het gezelschap gaat vergeefs op zoek naar de verse paarden en troepen die klaar zouden staan. Ze gaan bij de huizen langs om navraag te doen, maar krijgen overal te horen dat ze moeten ophoepelen.
Intussen komt ook Drouet in Varennes aan. Hij waarschuwt de plaatselijke afdeling van de nationale garde, en die laat meteen de noodklok luiden. Kort daarop wordt het rijtuig van de koning aangehouden, en de passagiers worden het huis van een kruidenier binnengebracht. Een oude man die de koning ooit in Versailles zag, wordt erbij gehaald om Lodewijk te identificeren. Wanneer de man de ‘lakei’ ziet, knielt hij neer en roept uit: ‘O, majesteit!’
De zogenaamde Ruslandreis van barones de Korff is ontmaskerd. ‘Het is waar,’ geeft de koning met een zucht toe. ‘Ik ben jullie koning.’
Iedereen is opgetogen over het feit dat ze zo’n voorname gast hebben – hij is immers ‘koning bij de gratie Gods’. Als Lodewijk XVI een daadkrachtiger man was geweest, had hij de situatie misschien nog kunnen redden met de juiste woorden. Maar de koning is zoals altijd passief. Hij doet niets!
De inwoners van Varennes stellen zich terughoudend op, want op de Nationale Vergadering is soms geen peil te trekken. Maar als de dag aanbreekt, komt er duidelijkheid. De nationale garde brengt de koning terug naar Parijs, in een vernederende tocht die vier dagen duurt. Daarbij wordt de koninklijke familie continu uitgescholden door het volk langs de weg.

Lodewijk en Marie Antoinette werden teruggebracht naar de Tuileries in Parijs. Op hun reis van vier dagen kregen ze overal de wind van voren van woedende onderdanen.

Von Fersens hart breekt.
Na de mislukte ontsnapping slaagt Marie Antoinette erin een brief naar Von Fersen te smokkelen: ‘Ik heb de kans gekregen je te zeggen dat ik van je houd,’ schrijft ze, en ze vraagt om een correspondentieadres. Als ze geen contact meer hebben met elkaar, wil ze niet meer leven, verklaart de koningin.
Von Fersen begint verwoed te onderhandelen met de Europese mogendheden. Maar al zijn moeite is vergeefs. Niemand wil zijn nek uitsteken voor het Franse koninklijk paar.
Het lukt Von Fersen om nog een paar keer het paleis binnen te sluipen, maar zijn kans om Marie Antoinette en de koning te redden is verkeken.
In januari 1793 veroordeelt de Nationale Vergadering de koning tot de guillotine.
Tien maanden later is de koningin aan de beurt. Het nieuws van haar dood laat Axel von Fersen in wanhoop achter.
‘Zij van wie ik zo veel hield en voor wie ik duizend levens zou hebben gegeven, is niet meer. Mijn pijn is onbeschrijflijk,’ schrijft hij aan zijn zuster.

Dat de koningin en graaf Von Fersen veel voor elkaar voelden, is zonneklaar.
Of hun relatie ook meer dan platonisch was, daarover zijn de historici het niet eens. Bewijsmateriaal dat hier licht op zou kunnen werpen, is vernietigd.


Bon: Historia
5 januari 2018
door Svante Karlsson & Torsten Weper

References

Historia

Foto's

Wikipedia

© Bildarchiv Preussischer Kulturbesitz

 

Wetenswaardigheden lijst

Art list

Schilderijen

Schilderijen en de dokter

Overig



Only Art

Alleen wetenswaardigheden