Bosch, Jheronimus_De Marskramer

Jheronimus Bosch (1450-1516)
(Boijmans van Beuningen)

Jheronimus Bosch staat bekend om zijn overvolle schilderijen, als het ware een kakofonie aan taferelen op één doek.

♦♦ Beschrijving van de Marskramer ♦
Het schilderij symboliseert de gang van de mens door het leven. Dat je het leven niet zonder kleerscheuren doorkomt, blijkt uit het gat in de broek en het verbandje om het been.
De mand op de rug van de man, staat voor de last die ieder mens met zich meedraagt. Alles in dit schilderij heeft een betekenis, maar welke precies, daarover lopen de meningen uiteen.

Jheronimus Bosch wist met vaak schokkende beelden de mens te wijzen op wat hem te wachten staat als hij van het rechte pad afwijkt, de bijbelse smalle weg van het licht en de waarheid. In dit werk is dat letterlijk uitgebeeld.
De marskramer loopt over een smalle pad in de richting van een hek dat vreemd genoeg vrij in de ruimte staat. Hij kan er makkelijk omheen, toch moet hij het smalle pad blijven volgen. Het hek is de scheiding tussen leven en dood. Het zwart-wit van de ekster op het hek verbeeldt het eindoordeel: wordt het hemel (wit) of het (zwart)? Het loopt goed af.

Achter het hek ligt een vetgemeste koe en staat een boompje in bloei. Een beter leven na zijn dood is de beloning voor de marskramer, omdat hij het smalle pad is blijven volgen en zich afwendt van de zondige verleidingen van het leven. Bosch heeft die verleidingen in dit schilderij op niet mis te verstane wijze verbeeld met een herberg die een bordeel is. Uit het bovenraam hangt wit ondergoed, ten teken dat ze in dit huis uit de kleren gaan.
In de deuropening wordt een vrouw betast door een lansknecht die zijn lans in schuine stand tegen het huis heeft gezet. Zijn rapier (zwaard) hangt omlaag en symboliseert zijn penis, zoals de kan in de hand van de vrouw een verwijzing is naar de vagina. Tussen de rapier en kan hangt het beursje van de vrouw om aan te geven dat hier pas iets tot stand komt via de portemonnee. Dat blijkt ook uit tal van andere details, zoals de kan op de stol op de nok van het huis, de plassende man, de ton zonder stop, de vogelkooi bij de deur, de duiventil in de nok.
Het zijn symbolen die de tijdgenoten moeiteloos begrepen, want Bosch maakte gebruik van gezegdes en volkswijsheden die hij vrijwel letterlijk verbeeldde.

Exclusief is zijn beeldtaal niet. Ze zijn ook aan te treffen op pelgrimsinsignes die in de Middeleeuwen in grote aantallen werden gemaakt. Maar Bosch creëerde met de beelden wonderbaarlijke visioenen en had daarmee een duidelijke bedoeling. Bosch keerde zich als aanhanger van de moderne devotie tegen het geloof in predestinatie (voorbeschikking), maar wilde aangeven dat de mens door goed en rechtschapen te leven zijn lot wel degelijk kan beïnvloeden en een plaats in de hemel kan verwerven.

Dat is de eigenlijke betekenis van De Marskramer.

Om die boodschap over te brengen aan het “gewone volk”, dat nog ongeletterd was, maakte Bosch gebruik van hun eigen (beeld)taal. De nauwe band met taal blijkt ook uit de spreekwoorden en gezegdes die in het schilderij voorkomen, zoals:
- “blaffende honden bijten niet” (het keffende hellehondje),
- “vele varkens maken de spoeling dun” (de varkens rond een lege trog)
- “met de hoed in de hand, komt men door het ganse land” (beleefd zijn).
Het werk van Bosch is niet los te zien van de sociale en politieke onrust in de late Middeleeuwen en het geloof dat de ondergang van de wereld nabij was. Dat werd nog versterkt door de verschrikkelijke pestepidemieën.

De hogere sociale klasse, waartoe ook Bosch behoorde, wilde voorkomen dat het gedemoraliseerde volk zich overgaf aan een desperate levenshouding. Bosch is een soort boeteprediker. Door menselijke zonde en dwaasheden aan de kaak te stellen en te verbinden aan beelden vol hel en verdoemenis, probeert hij mensen op het rechte pad te houden.

In De Marskramer is Bosch nog mild en optimistisch, maar omdat het gaat om twee aan elkaar gemonteerde zijpanelen van een drieluik waarvan het middendeel ontbreekt, weten we niet of dit voor het hele werk gold.
Sommige denken dat het gezicht van de marskramer een zelfportret van Bosch is. Maar omdat we niet beschikken over een echt portret van Bosch kunnen we alleen maar gissen. Bosch werd al bij zijn leven zeer gewaardeerd. Koning Filips II van Spanje verzamelde zijn werk (nu in het Prado in Madrid). Er bestaan ook veel kopieën. Een deel is gemaakt in zijn atelier in ’s-Hertogenbosch, waar familieleden – vader, broers, neven en ooms waren eveneens schilder – onder zijn leiding werkte.

Erik Beenker / Boijmans van Beuningen
De Collectie

References

Erik Beenker / Boijmans van Beuningen
De Collectie

Foto's
Wikipedia

Art lijst

Schilderijen

Schilderijen en de dokter

Overig

Historie lijst

Wetenswaardigheden lijst